Posts tonen met het label Leerlijnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leerlijnen. Alle posts tonen

Leerlijn generatieve AI en Digitale Geletterdheid in het Hoger Beroepsonderwijs

De snelle opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) en digitale technologieën vraagt om een voortdurende herziening van het curriculum in het hoger beroepsonderwijs. De nieuwste handreiking van het Teaching and Learning Center van Saxion biedt een uitgebreide leerlijn voor generatieve AI en digitale geletterdheid. Deze leerlijn is ontworpen om studenten en docenten optimaal voor te bereiden op de toekomstige arbeidsmarkt. 

Overeenkomsten en verschillen met het curriculum digitale geletterdheid Voortgezet Onderwijs en Digicom Edu 

Overeenkomsten 

De leerlijn voor generatieve AI en digitale geletterdheid vertoont sterke overeenkomsten met het curriculum voor digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs en het DigiCom Edu raamwerk. Zowel de leerlijn als het voortgezet onderwijs curriculum en DigiCom Edu leggen de nadruk op het ontwikkelen van essentiële digitale vaardigheden en het begrijpen van technologieën. Ze richten zich op het bevorderen van basiskennis van digitale tools, het kritisch evalueren van informatiebronnen, en het verantwoord omgaan met digitale technologieën. 
Net als het curriculum in het voortgezet onderwijs, omvat de leerlijn AI en digitale geletterheid voor het HBO elementen zoals privacy en veiligheid, ethische overwegingen, en de maatschappelijke impact van AI. Dit weerspiegelt de gemeenschappelijke doelstelling om leerlingen en studenten voor te bereiden op een wereld waarin digitale competenties onmisbaar zijn.

Verschillen 

Er zijn echter ook duidelijke verschillen tussen de leerlijn voor het hoger beroepsonderwijs en het curriculum voor het voortgezet onderwijs. Het hoger beroepsonderwijs richt zich specifiek op de toepassing van generatieve AI in vakspecifieke contexten, wat verder gaat dan de algemene digitale geletterdheid die in het voortgezet onderwijs wordt onderwezen. De leerlijn van TLC omvat diepgaande kennis en vaardigheden die nodig zijn om AI-technologieën te begrijpen en toe te passen in professionele omgevingen, zoals het creëren van effectieve prompts en het gebruik van AI voor zelfgestuurd leren en kennisconstructie. 
Een ander belangrijk verschil is de nadruk op innovatie en de toepassing van generatieve AI in creatieve processen, wat minder prominent aanwezig is in het voortgezet onderwijs. De leerlijn stimuleert studenten om de toekomstperspectieven van AI te verkennen en deze technologieën te gebruiken om innovatieve oplossingen te ontwikkelen in hun vakgebied. 
Daarnaast speelt visie en beleid op AI een cruciale rol in de leerlijn voor het hoger beroepsonderwijs. Dit aspect is uniek voor de specifieke context van het beroepsonderwijs en richt zich op het implementeren van AI op een ethische en effectieve manier binnen het onderwijs en de toetsing. 

Integratie in het Curriculum 

Door deze handreiking te volgen, kunnen onderwijsinstellingen in het hoger beroepsonderwijs hun curriculum verrijken met actuele en relevante onderwerpen. Dit biedt voordelen voor zowel studenten als docenten door hen voor te bereiden op een snel veranderende arbeidsmarkt waar AI en digitale technologieën een centrale rol spelen. De handreiking biedt concrete stappen voor het integreren van AI en digitale geletterdheid in bestaande of nieuwe modules, het vaststellen van prestatieindicatoren, en het aanpassen van onderwijs- en toetsingsmethoden. 

Hoe te gebruiken

De leerlijn bestaat uit de belangrijkste onderdelen generatieve AI en Digitale Geletterdheid. De volgende keuzes zijn van belang bij het opnmen van AI in het curriculum:
  • Maak keuzes welke onderwerpen passen bij het bestaande curriculum
  • Maak keuzes of de onderwerpen geïntegreerd moeten worden in bestaande of nieuwe modules
  • Maak keuzes over de contextualisering
  • Stel prestatieindicatoren vast op niveau en context
  • Kies of de prestatieindicatoren deel uit maken van de formatieve of summatieve toetsing
  • Maak keuzes over de impact van AI op de summatieve toetsing

Leerlijn generatieve AI en Digitale Geletterdheid onderwerpen

Doelen bij de leerlijn generatieve AI en Digitale Geletterdheid 

  1. Begrip van basisprincipes en technologieën van AI
    1. Basiskennis generatieve AI: Deelnemers tonen aan dat ze de fundamentele concepten en principes van generatieve AI begrijpen, zoals neurale netwerken en deep learning.
    2. Privacy en veiligheid: Deelnemers kunnen de belangrijkste uitdagingen en oplossingen met betrekking tot privacy en veiligheid in AI beschrijven, en hoe deze van invloed zijn op de toepassing van generatieve AI.
  2. Ontwikkelen van digitale vaardigheden en AI
    1. Prompting: Deelnemers demonstreren hun vermogen om effectieve prompts te ontwerpen en gebruiken in generatieve AI-systemen.
    2. Informatievaardigheden en AI: Deelnemers tonen aan dat ze relevante informatie kunnen vinden, evalueren, en toepassen in de context van AI.
  3. Toepassen van generatieve AI in vakspecifieke contexten
    1. Invloed op beroep en onderwijs: Deelnemers kunnen de impact van generatieve AI op hun vakgebied analyseren en voorspellen.
    2. Toepassing van AI voor Docent en Student: Deelnemers demonstreren hoe AI-technologie kan worden toegepast om zowel het leer- als het onderwijsproces te verbeteren.
    3. Leren met AI: Deelnemers tonen aan dat ze in staat zijn om AI te gebruiken als hulpmiddel voor zelfgestuurd leren en kennisconstructie.
  4. Begrip van ethiek, wetgeving en maatschappelijke impact van AI
    1. Ethische dilemma’s in AI: Deelnemers kunnen ethische dilemma’s in AI herkennen, analyseren, en verschillende standpunten hierover evalueren.
    2. Wetgeving en regelgeving voor AI: Deelnemers tonen kennis van de relevante wetgeving en regelgeving met betrekking tot AI en kunnen deze toepassen in specifieke contexten.
    3. Maatschappelijke impact van AI: Deelnemers kunnen de bredere maatschappelijke impact van AI analyseren, met inbegrip van economische, sociale, en culturele gevolgen.
    4. Duurzaamheid in AI: Deelnemers kunnen de milieueffecten van AI-technologieën beoordelen en bespreken strategieën voor duurzame AI.
  5. Kritisch omgaan met AI
    1. Analyseren van informatiebronnen: Deelnemers demonstreren hun vermogen om de betrouwbaarheid en relevantie van AI-gerelateerde informatiebronnen kritisch te evalueren.
    2. Beoordelen van AI-toepassingen: Deelnemers tonen aan dat ze in staat zijn om de effectiviteit en implicaties van specifieke AI-toepassingen kritisch te beoordelen.
    3. Kritisch bevragen van inhoud: Deelnemers kunnen kritische vragen stellen over de inhoud en resultaten van AI-systemen.
    4. Ontwikkelen van bewustzijn over bias en manipulatie: Deelnemers kunnen voorbeelden van bias en manipulatie in AI identificeren en strategieën ontwikkelen om hiermee om te gaan.
  6. Innovatie met Generatieve AI
    1. Toekomstperspectief AI: Deelnemers kunnen de mogelijke toekomstige ontwikkelingen in generatieve AI identificeren en hun implicaties voor specifieke vakgebieden bespreken.
    2. Creativiteit en AI: Deelnemers demonstreren hoe generatieve AI kan worden gebruikt om creatieve processen in hun vakgebied te verbeteren of aan te vullen.
  7. Toepassen visie en beleid
    1. Beleid en regelgeving: Deelnemers kunnen het beleid en de regelgeving  met betrekking tot AI-toepassingen beschrijven en hun naleving aantonen.
    2. Toetsing en onderwijs: Deelnemers tonen aan dat ze generatieve AI op een effectieve en ethische manier kunnen gebruiken in hun onderwijs en bij toetsing.


Vergelijking van de drie curricula

Hieronder is een tabel waarin de verschillende aspecten van de drie curricula worden vergeleken: de leerlijn Digitale Geletterdheid voor het Voortgezet Onderwijs (VO), het DigiCom Edu raamwerk, en de leerlijn voor het Hoger Beroepsonderwijs (HBO) zoals gepresenteerd door TLC.

Aspecten

Leerlijn Digitale Geletterdheid VO

DigiCom Edu

Leerlijn HBO (TLC)

Basiskennis

Basisbegrip van digitale technologieën, internetveiligheid

Basiscompetenties in digitale technologieën en geletterdheid

Begrip van fundamentele AI-concepten, inclusief neurale netwerken en deep learning

Privacy en Veiligheid

Introductie tot privacy en online veiligheid

Beheer van persoonlijke gegevens, beveiligingsbewustzijn

Beschrijving van uitdagingen en oplossingen met betrekking tot privacy en veiligheid in AI

Digitale Vaardigheden

Vaardigheden in het gebruik van digitale tools, internetnavigatie

Ontwikkeling van digitale vaardigheden, ICT-gebruik

Vaardigheden in het creëren van effectieve prompts en evalueren van informatiebronnen in AI-context

Toepassing in Context

Basisprincipes toepassen in dagelijkse activiteiten

Toepassing van digitale vaardigheden in diverse educatieve contexten

Toepassen van AI in vakspecifieke contexten en verbeteren van leer- en onderwijsprocessen

Ethiek en Maatschappij

Basis ethische overwegingen bij gebruik van technologie

Ethische en sociale implicaties van digitale technologie

Herkennen en analyseren van ethische dilemma's, wetgeving, en maatschappelijke impact van AI

Kritisch Denken

Kritisch gebruik van informatie en technologie

Evaluatie van informatie, kritisch denken over digitale content

Kritisch analyseren van AI-toepassingen, ontwikkelen van bewustzijn over bias en manipulatie

Innovatie

Stimuleren van creatief gebruik van digitale technologieën

Innovatie en creatief gebruik van ICT in onderwijs

Identificeren van toekomstige AI-ontwikkelingen, stimuleren van creativiteit met AI

Institutionele Visie en Beleid

Geen specifieke institutionele beleidsrichtlijnen

Toepassen van nationaal en internationaal beleid in digitale educatie

Toepassen van Saxion visie en beleid met betrekking tot AI-gebruik in onderwijs en toetsing

Bronnen

  • DigiCom Edu: "Digitaal Competent Framework." Verkregen van Digicom Edu
  • Curriculum Digitale Geletterdheid Voortgezet Onderwijs: "Leerlijnen Digitale Geletterdheid." Verkregen van SLO Leerlijnen



Bronnen

Strijker, A. Heidemann, P. Hölzken, A. & van de Weer, M. (2024) Leerlijn generatieve AI en digitale geletterdheid voor het HBO. https://www.slideshare.net/slideshow/strijker-2024-07-16-leerlijnen-generatieve-ai-en-digitale-geletterdheid-pptx/270282324

Digital Competence Framework for Educators (DigCompEdu) https://joint-research-centre.ec.europa.eu/digcompedu_en


Curriculum Digitale Geletterdheid Voortgezet Onderwijs: "Leerlijnen Digitale Geletterdheid." Verkregen van SLO Leerlijnen Digitale Geletterdheid https://www.slo.nl/sectoren/vmbo/digitale-geletterdheid-vmbo/digitale-geletterdheid-vo/inhoudslijnen-doelen/







Digitaal curriculum, begrippensets voor het onderwijs

Het digitaal curriculum is een verzameling van begrippen voor het onderwijs. Het kan gaan om een lijst met kerndoelen, eindtermen, vakken, beschrijvingen van niveaus of opsommingen van werkvormen of leeractiviteiten. Vanaf 2014 zijn deze begrippen als linked open data beschikbaar gemaakt in het onderwijsbegrippenkader. Begrippensets worden ook wel vocabulaires genoemd: een lijst van begrippen voor een bepaalde functie, doel en doelgroep.

Wat kun je doen met de begrippensets

Begrippensets zijn te gebruiken door ontwikkelaars van applicaties zoals collecties van leermiddelen, leeromgevingen, toetssystemen, leerlingvolgsystemen, administratiesystemen. Begrippensets zijn bijvoorbeeld lijsten met vakken, beschrijvingen van niveaus of opsommingen van werkvormen of leeractiviteiten. OCW heeft een gegevenswoordenboek ontwikkelt (Duo, [1]) waarin uitgebreide lijsten met begrippen staan om gegevens uit te wisselen. Elk begrip is beschreven zodat gebruikers weten wat er bedoeld wordt. Zo kunnen informatiesystemen van scholen aansluiten op bijvoorbeeld DUO, gemeentelijke database,  leerlingvolgsystemen,  naam en adres gegevens, op kwalificatieeisen,  opleidingsgegevens,  leeromgevingen en  schooladministratiegegevens. Bij het gebruik van vocabulaires in ICT is het belangrijk dat de gegevens altijd juist zijn zodat relaties ook kloppen. Het mag bijvoorbeeld niet zo zijn dat we een leerling een jaar laten zitten omdat gegevens niet juist zijn ingevoerd.

Gebruiken van een zelfde taal

Een belangrijk uitgangspunt bij het gebruiken van begrippensets is het gebruiken van een zelfde taal of begrippenkader. Onderstaand figuur laat zien hoe vanuit een basisset van begrippen verschillende methodes relaties te leggenzijn, maar dus ook vanuit toetsing naar dezelfde inhouden en tussendoelen te verwijzen.




Naast het leggen van relaties naar methodes en toetsing kunnen vocabulaires voor meer toepassingen gebruikt worden. Een aantal voorbeelden van functies zijn hier aangegeven.

Functies en doelen van digitaal curriculum en begrippensets

Begrippensets worden op verschillende manieren gebruikt.
  1. Gebruik van eenzelfde taal (Overheid, [2]; Gezondheid) 
  2. Beschrijven leermiddelen (NTR, [3] SLO, [4], Cito [5]
  3. Beschrijven leerlingen (SLO, [6]
  4. Beschrijven leerplan (ASN [7], CEN [8]
  5. Uitwisselen van leerlinggegevens (Kennisnet, [9]
  6. Ontwikkelen van methodes (Kennisnet, [9]
  7. Ontwikkelen van toetsen (SLO, [10]; Cito, [11]
  8. Samenstellen van lessen en lessenseries (Wikiwijs, [12]
  9. Vervangen van lessen en lessenseries 
  10. Beschrijven van rechten (Creative Commons, [13]
  11. Waarborgen inhoudelijke samenhang 
  12. Waarborgen van didactische samenhang 
  13. Verantwoording (Duo, [1] [14]; Kennisnet, [15]
  14. Financiering (Duo, [1][14]
  15. Certificaten (Kwalificatiesmbo.nl [16], SBB [17]
  16. Trendanalyse en monitoring 
  17. Visitatie, monitoring, evaluatie, toetsing (Dotcomschool, [18]; Parnassys [19]; Simac [20]

Toepasingen van vocabulaires

  1. Zoekmachines (Wikiwijs, [12]; SLO, [4]; NTR, [3]
  2. Collecties 
  3. Leerlingvolgsystemen (Cito [21], Dotcomschool, [18]; Parnassys [19]; Simac [20]
  4. Schoolmanagementsystemen (Duo, [14]
  5. Financiele systemen (Duo, [1][14]
  6. Planning 
  7. Organisatie 
  8. Leeromgevingen (N@tschool [22]; Itslearning [23]

    Soorten vocabulaires

    1. Onderwijskundig 
      1. Inhoudelijke omschrijving 
      2. Leeractiviteiten, werkvormen 
      3. Ontwerp en ontwikkeling 
    2. Organistatorisch 
    3. Technisch 
    Voor alle elementen van het spinnenweb zijn verzamelingen van begrippen vast te leggen.

    Voor een groot aantal elementen zijn al vocabulaires ontwikkeld. SLO vocabulaires zijn te vinden op SLO webite [24]. Daarnaast is door Kennisnet een centrale collectie met vocabulaires ingericht [25] waar de meeste vocabulaires die op onderwijs gericht zijn te vinden zijn.

    Referenties

    1. DUO (2012) Gegevenswoordenboek.
      http://www.ib-groep.nl/zakelijk/schakelpunt_ocw/producten_en_standaarden/gegevensproducten.asp
    2. Overheid (2012) Taalunie wetsbesluit.
      http://wetten.overheid.nl/BWBV0002947/geldigheidsdatum_16-04-2011
    3. NTR (2012) Beeldbank schooltv.
      http://www.schooltv.nl/beeldbank/
    4. SLO (2012) Leermiddelenplein.
      http://www.leermiddelenplein.nl/
    5. Cito (2012) Domeinbeschrijvingen primair en speciaal onderwijs - onderzoek en wetenschap.
      http://www.cito.nl/onderzoek%20en%20wetenschap/achtergrondinformatie/wereldorientatie/domeinbeschrijvingen.aspx
    6. SLO (2012) Leerplanvormgever.
      https://www.surfgroepen.nl/sites/SLO/Projecten/LPVG0p4/default.aspx
    7. Achievement Standards Network (2012)
      http://asn.jesandco.org/
    8. CEN (2012) Curriculum Exchange Format .
      http://www.cen-ltso.net/Main.aspx?put=946
    9. Kennisnet (2012) Inventarisatie leerlingvolgsystemen.
      http://ictvo.kennisnet.nl/techniek/leerlingvolgsystemen
    10. SLO (2012) Leerplan in beeld.
      http://leerplaninbeeld.test.slo.nl/demo/
    11. Cito (2012) Domeinbeschrijvingen en toetsen primair onderwijs
      http://www.cito.nl/nl/onderwijs/primair%20onderwijs/alle_producten.aspx
    12. Wikiwijs (2012) Geavanceerd zoeken vo.
      http://www.wikiwijs.nl/sector/vo/complex.psml
    13. Creative Commons (2012) Omschrijvingen creative commons.
      http://creativecommons.nl/
    14. DUO (2012) Referentietabellen met instellings- en opleidingsgegevens
      http://www.ib-groep.nl/zakelijk/Gemeenten/S20_Gegevensuitwisseling/tabellen_en_links.asp
    15. Kennisnet (2012) Toetswijzer.
      http://www.toetswijzer.nl/
    16. Kwalificatiesmbo.nl (2012)
      http://www.kwalificatiesmbo.nl/
    17. Werkenbijdeoverheid (2012) Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs bedrijfsleven, voorheen COLO
      http://www.werkenbijdeoverheid.nl/organisaties/deelnemer/?adm_pin=01150
    18. Dotcomschool (2012) Leerlingvolg- en Schooladministratiesysteem.
      http://www.dotcomschool.nl/
    19. Parnassys (2012) Leerlingvolgsysteem.
      http://www.parnassys.nl/
    20. Simac (2012) Leerlingvolgsysteem
      http://www.simac.com/nl/onderwijs/nieuws/DU271_Leerlingvolgsysteem-in-VO.aspx
    21. Cito (2012) Cito Volgsysteem primair onderwijs (LOVS)
      http://www.cito.nl/onderwijs/primair%20onderwijs/cito_volgsysteem_po.aspx
    22. Three Ships (2012) N@tschool.
      http://www.threeships.nl/pages/iip/IIP.aspx?p=3&e=71
    23. Itslearning (2012)
      http://www.itslearning.nl/
    24. SLO (2012) Vocabulaires voor onderwijs.
      http://vocabulaires.slo.nl/
    25. Kennisnet (2012) Edustandaard vocabulairebank
      http://vocabulairebank.edustandaard.nl
    26. Duo (2012) BRIN-gegevens.
      http://www.ib-groep.nl/zakelijk/Gemeenten/S20_Gegevensuitwisseling/tabellen_en_links.asp

    Original URL: http://knol.google.com/k/-/-/36j7ab8m2hpbf/38

    Wat is gepersonaliseerd leren?

    Gepersonaliseerd leren als begrip komt steeds vaker voor. In veel gevallen ontbreekt vervolgens een definitie wat er bedoeld wordt. In de onderstaande uitwerking wordt er specifiek verwezen naar een onderwijscontext. In deze definitie wordt er dus uit gegaan van formele kaders (van den Akker & Thijs, 2009) in termen van inhouden (kennis, vaardigheden en houding) en doelen zoals we die binnen het Nederlandse onderwijs kennen vastgelegd in kerndoelen, examenprogramma's en referentiekader.



    Gepersonaliseerd leren refereert in een onderwijscontext naar het creëren van optimale leerprocessen (leeractiviteiten, werkvormen, didactiek) die aansluiten op de persoonlijke kwaliteiten (sterktes) en individuele behoeften (ambitie) van leerlingen. Leerlingen werken op eigen wijze (persoonlijk leerpad, werkvorm, didactiek, rollen, begeleiding) en in eigen tempo (tijd) aan leerdoelen (beheersingsniveaus), passend bij hun eigen niveau (beheersingsniveaus) en talenten (Interesses en ambities). Per vak, leerdoel, leerinhoud of onderdeel (inhouden en doelen) krijgt de leerling afhankelijk van de eigen prestaties (beheersingsniveaus) en voorkeuren (interesses) een aangepast programma (persoonlijk leerpad). De leerling wordt gestimuleerd (voortgang, certificaten, stimuli) om keuzes te maken (inhouden en doelen) met betrekking tot het (her)ontwerpen van zijn persoonlijke curriculum (interesse en ambitie), waarbij de leraar een ondersteunde rol (Begeleiding en rollen) vervult door middel van effectieve feedback (continue evaluatie) en door het faciliteren van rijke leersituaties (variatie in leeractiviteiten)(Fisser, 2014).



    In deze definitie worden alle leerplanelementen (van den Akker, 2003) aangehaald. Deze onderdelen staan allemaal met elkaar in verband zoals ook in het curriculaire spinnenweb wordt weergegeven. Alle onderdelen staan met elkaar in verband waarbij de leerlingkenmerken centraal staan.





    Tabel 1 Leerplanelementen

    Leerplanelementen
    Kernvraag
    Visie
    Waartoe leren zij?
    Doelen
    Waarheen leren zij?
    Inhoud
    Wat leren zij?
    Leeractiviteiten
    Hoe leren zij?
    Rol leraar
    Hoe is rol van leraar bij hun leren?
    Materialen en bronnen
    Waarmee leren zij?
    Groeperingsvorm
    Met wie leren zij?
    Locatie
    Waar leren zij?
    Tijd
    Wanneer leren zij?
    Toetsing
    Hoe wordt hun leren getoetst?

    Op basis van een werkdefinitie van Educause (2014) is een vertaling gemaakt (Strijker & Trimbos 2014) voor de Nederlandse onderwijscontext.

    Leerlingkenmerken

    Het leerlingprofiel informeert leerlingen, docenten en ouders over de voortgang van de sterkte, behoefte en motivatie van de leerling.

    Sterkte en behoeftes
    Wat zijn het huidige beheersingsniveaus (sterkte) en gewenste beheersingsniveaus (behoefte) van de leerling en hoe kan het gewenste beheersingsniveau bereikt worden. Beheersingsniveau is een combinatie van inhouden, doelen en niveau zoals MVT A1..C2, RK 1F..4F. zoals bijvoorbeeld weergegeven in de kernprogramma's.

    Motivatie: interesse en ambitie
    Hoe kunnen inhouden en doelen afgestemd worden op de interesses van de leerling zodat met succes ambities waargemaakt kunnen worden. Hierbij zijn de kerndoelen en eindtermen uitgewerkt in beheersingsniveaus het uitgangspunt. De interesses en ambities moeten hier binnen vallen. De vrijheid van onderwijs en de keuzes van de leerling worden hierdoor begrensd.

    Inhouden en doelen
    Welke gewenste beheersingsniveaus stelt de leerling om zijn ambities waar te maken. Hoe reflecteert leerling en op de gewenste beheersingsniveaus en ambities en hoe ondersteunt de docent de leerling.

    Informeren, reflecteren en communiceren
    Informeren over de voortgang wat betreft de gestelde doelen, de reflectie op de voortgang richting de leerling en het daarover communiceren van docenten en ouders. Hiermee wordt bedoeld dat gegevens uit bijvoorbeeld learninganalytics worden geïnterpreteerd voor communicatie van betrokkenen.

    Voortgang en ontwikkeling

    De voortgang wordt continue geëvalueerd op basis van de door de leerling gestelde doelen.

    Continue evaluatie
    Op welke manier en hoe vaak evalueren we het beheersingsniveau van de leerling die nodig zijn voor succesvol waarmaken van ambities.

    Persoonlijke voortgang en  ontwikkeling
    Hoe stellen we leerlingen in staat om vervolgstappen te maken wanneer een beheersingsniveau bereikt is. Hoe wordt persoonlijke voortgang gestimuleerd. Stimulans kan in de vorm van (internationaal) erkende certificaten, badges, scores worden geboden om ambitie te versterken.

    Persoonlijke leerlijnen

    Persoonlijke leerlijnen zijn gebaseerd op sterktes, behoeftes, interesses, ambities en beheersingsniveaus.

    Persoonlijk adaptief leerplan
    Rekening houden met de sterkte, behoefte, motivatie, inhouden en doelen van de lerende.

    Leeractiviteiten en leermiddelen
    De wijze waarop geleerd wordt in termen van didactiek, aanpak gericht op de  eerlingkenmerken. Welke kennis en vaardigheden zijn nodig om zijn doelen te behalen en welke didactische werkvormen lijken daarvoor ideaal.

    Variatie in leeractiviteiten
    Hoe bereik je de beheersingsniveaus en wat zijn daarbij de ideale leeractiviteiten wat betreft didactiek, werkvorm en wijze overdracht.

    Flexibele leeromgeving

    De leeromgeving is aangepast op de sterktes, behoeftes  interesses, ambities en doelen van de leerling en speelt in op wijzigingen op die elementen in het leerlingprofiel.

    Planning en organisatie
    Hoe kunnen planning en organisatie inspelen op de voortgang, begeleiding, groeperingvorm en be-hoefte van de leerling om passende leermiddelen te gebruiken en leeractiviteiten succesvol uit te voeren.

    Begeleiding en rollen
    Hoe kunnen docenten, leerlingen inclusief de leerling zelf en andere betrokkenen inspelen op de voortgang van de leerling en daarmee de veranderende kenmerken van de leerling.

    Groeperingvormen
    Hoe stellen we groepen samen binnen of buiten de klas om leeractiviteiten uit te voeren en gestelde doelen te bereiken. Hoe spelen deze groeperingen in op de verschillende persoonlijke behoeften.

    Leeromgeving
    Leeractiviteiten kunnen binnen en buiten de school plaatsvinden, maar ook virtueel in plaats van fysiek.

    Tijd
    Hoe kan de leerling buiten het rooster ook tijd besteden aan het bereiken van de beheersingsniveaus.

    Referenties

    Akker, van den, J., & Thijs, A. (2009). Leerplan in ontwikkeling. Enschede: SLO.

    Akker, J. van den (2003). Curriculum perspectives: an introduction. In J. van den Akker, W. Kuiper & U. Hameyer (eds.), Curriculum Landscapes and Trends, (pp. 1-10). Dordrecht: Kluwer Academic Publishers.

    Educause (2014) A working definition of Personalized Learning. 2015-04-13 via http://nextgenlearning.org/topics/personalized-learning / Educause.

    Fisser, P.H.G. (2014) De rol van ICT bij gepersonaliseerd leren. SLO Enschede.

    Strijker, A. & Trimbos, B. (2014) Definities voor gepersonaliseerd leren. SLO Enschede.



    Wat zijn kernprogramma's?

    Er zijn voor ieder vak verschillende documenten die de landelijke kaders vormen voor wat er op de verschillende niveaus geleerd moet worden voor een vak of leergebied. Zo zijn er kerndoelen voor primair onderwijs en voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs en eindtermen voor de bovenbouw, aangevuld met syllabi voor het centraal examen en Handreikingen voor het schoolexamen. Voor taal en rekenen zijn er referentieniveaus en voor de moderne vreemde talen het ERK. Om een handzaam overzicht te krijgen over al deze documenten, ontwerpt SLO kernprogramma’s. 
    Een kernprogramma is een compacte weergave van het officiële programma van kerndoelen en eindtermen van een vak, geordend in een doorlopende leerlijn van primair onderwijs naar bovenbouw voortgezet onderwijs met nadere concretisering daarvan op onderdelen.

    Voor het primair onderwijs en voor de onderbouw voortgezet onderwijs zijn er globale kerndoelen die al compact zijn, maar juist verder uitgewerkt moeten worden om als kernprogramma dienst te kunnen doen. Voor de bovenbouw vmbo en havo/vwo zijn er ook globale eindtermen, maar die zijn al verder uitgewerkt in uitgebreide syllabi voor het centraal examen en handreikingen voor het schoolexamen. Deze uitwerkingen moeten compact weergegeven worden om als kernprogramma's dienst te kunnen doen. In de afgelopen jaren zijn ook toetswijzers voor de kernvakken Nederlands, wiskunde/rekenen en Engels opgenomen in de kernprogramma's. Daarnaast wordt de koppeling onderzocht naar de Kennisbasis voor science en domeinbeschrijvingen voor wetenschap en technologie.

    Naast een overzicht van “wat moet” in de verschillende fasen van het onderwijs, biedt het kernprogramma ook suggesties voor “wat mag”. Het gaat om keuzes die scholen zelf kunnen maken in primair onderwijs en de onderbouw, maar ook binnen de ruimte die het schoolexamen in de bovenbouw biedt.
    Een kernprogramma is bedoeld voor docenten, schoolleiders, onderwijsondersteuners, opleiders, uitgeverijen en materiaalontwikkelaars, maar ook voor experts die keuzes maken voor de invulling van onderwijs. Daarbij dient het kernprogramma als onderlegger en bron om na te gaan of de gemaakte keuzes voldoen aan ‘wat mag en wat moet in het onderwijs’. Deze kernprogramma’s ondersteunen ook in het maken van leerplankundige keuzes zoals maatwerk, gepersonaliseerd leren, passend onderwijs en inhoudelijke vulling van leerlingvolgsystemen.

    De kernprogramma’s worden verder als uitgangspunt gebruikt voor het creëren van zogenoemde vocabulaires, classificaties die onder andere worden gebruikt voor het metadateren van leermaterialen. Deze van de kernprogramma’s afgeleide vocabulaires worden(in definitieve versies) opgeleverd en ingediend bij bureau Edustandaard om opgenomen te worden in het OnderwijsBegrippenkader[1]. Hierdoor worden ze bruikbaar in elektronische leeromgevingen, leerlingvolgsystemen en schooladministratiesystemen.

    Het OnderwijsBegrippenkader (OBK) is in Nederland dé gemeenschappelijke online database met alle onderwijsbegrippen en hun onderlinge verbindingen - te beginnen met de niveaus en beschrijving van inhouden en doelen, het curriculum. Doel van het OBK is om er voor te zorgen dat alle informatiesystemen in het Nederlandse onderwijs dezelfde onderwijstaal spreken door middel van het uniek identificeren en definiëren van de begrippen met hun onderlinge verbindingen. De inhoud van het OBK is volgens de semantisch web principes opgeslagen in een RDF-store en wordt als open linked data beschikbaar gesteld. De RDF-store kan op meerdere manieren worden uitgelezen: direct uitvragen door middel van een SPARQL end point, via een specifieke API of via een specifieke webbased “browser”[2].

    In 2010 is een start gemaakt met de ontwikkeling van kernprogramma's voor de onderbouw vo. Deze zijn te vinden op http://leerplaninbeeld.slo.nl. Vanaf 2012 zijn er ook kernprogramma's ontwikkeld voor een selectie van vakken binnen primair onderwijs, bovenbouw vmbo en tweede fase havo/vwo. Kernprogramma's hebben de volgende kenmerken:
    •  Ze moeten zicht geven op de doorlopende leerlijnen van de inhoud van de vakgebieden tussen de verschillende sectoren;
    • Ze moeten gevalideerd zijn door vakverenigingen, expertisecentra en uitgeverijen.

    Elk vak of leergebied kent een aantal sectoroverstijgende vakkernen die uitgewerkt zijn in doorlopende leerlijnen[3]. Omdat de kernprogramma’s van een vak als doorlopende leerlijn gepresenteerd moeten kunnen worden, worden zij volgens een vaste structuur ontwikkeld. Elke vakkern wordt daarnaast per sector uitgewerkt in subkernen, inhouden en doelen. De onderdelen van een kernprogramma worden hier kort beschreven[4]:
    • Doorlopende leerlijnen - In de doorlopende leerlijn is aangegeven hoe inhouden en vaardigheden in de verschillende niveaus voorkomen. Er wordt dus bijvoorbeeld aangegeven hoe binnen het vak aardrijkskunde in de kerndoelen po, kerndoelen vo en eindtermen vo de vakkern water aan de orde komt.
    •  Niveaus/sectoren - Bij sectoren gaat het om de indeling in sectoren zoals po, vo, tweede fase of indeling in jaren. Het gaat hier uiteindelijk ook om de keuze van het eindniveau waar de leerlijn eindigt, maar ook om de opdeling in stappen. Bijvoorbeeld Tule[5] heeft als eindniveau de uitstroom van basisonderwijs (eind groep 8) en heeft tussendoelen geformuleerd per twee leerjaren. Het referentiekader taal en rekenen heeft als eindniveau eind WO genomen in de vorm van 4F en daartussen drie punten, 1F, 2F en 3F aangeven. In de kernprogramma's zijn leerlijnen geformuleerd met eind vmbo als einddoel en leerlijnen met havo/vwo als einddoel. Tussendoelen zijn aangegeven op eind basisonderwijs en eind onderbouw. Dit is voor vmbo eind klas 2 en voor havo/vwo klas 3. Het kiezen van eindniveau en tussenniveaus hangt nauw samen met de functie, doelgroep en opbouw van de leerlijn.
    • Leergebieden/vakken – Op dit moment zijn er leerlijnen ontwikkeld voor verschillende vakken en leergebieden zoals Taal, Rekenen en Mens & Maatschappij. Dit wordt beheerd door Dienst Uitvoering Onderwijs en is daardoor ook een wettelijk onderdeel van het onderwijs.
    • Kern - De kern is een bouwsteen die als rode draad fungeert voor alle sectoren (po, vo onderbouw, vmbo bovenbouw, vo tweede fase). De kern is een kapstok waaraan onderdelen van het onderwijsprogramma opgehangen kunnen worden. Daarnaast heeft een kern een zekere mate van abstractie om als kapstok te kunnen fungeren voor verdere uitwerkingen. Het aantal kernen mag maar beperkt zijn en varieert van 4-10 per vak. Bij talen bestaan kernen uit kernvaardigheden, bij geschiedenis uit tijdvakken en bij economie uit kernconcepten. Deze verschillen zijn geen probleem. Voor elk vak staan de kernen wel allemaal gerangschikt in de kolom kernen. Het nummeren van kernen en de volgorde is vaak van belang.
    • Subkern - Een kern valt uiteen in meerdere subkernen, die elk een bepaald onderdeel van een kern beschrijven. Subkernen die bij één bepaalde kern horen, hangen met elkaar samen. Het zijn dus kleinere bouwstenen. Om in een latere fase leermiddelen goed te kunnen metadateren is van belang dat het aantal subkernen per kern niet beperken, maar juist fijnmazig maken. Voor de uitgevers is het handig als zij hun leermiddel één op één kunnen labelen met een kern/subkern. Zodat ook de gebruiker die een leermiddel gaat zoeken over een kleiner onderdeel van het vak, een hier bijbehorend leermiddel kan vinden.
    •  Inhoud (Omschrijving, Onderwerp) - De kernen en subkernen bieden nog niet voldoende informatie om te weten wat leerlingen moeten kennen/kunnen. Daarom is aanvullende informatie nodig. In de kolom inhoud komt een korte omschrijving van de subkern te staan in samenvattende zin.
    • Vakbegrip - Ieder vak kent vakspecifieke begrippen. Dit zijn begrippen die specifiek zijn voor en vak en voorkomen in een inhoud, tussendoel of eindterm. Alle vakkernen en subkernen zijn al automatisch vakspecifieke begrippen. Een vakspecifiek begrip is een begrip dat een prominente plaats inneemt in het programma van het vak, door de leerlingen gekend en toegepast moet worden in het onderwijs.
    •  Tussendoel of eindterm - Voor elk niveau in combinatie met een inhoud is een uitwerking in de vorm van een tussendoel, eindterm of doelen uit de syllabi voor het centraal examen (CE), of de handreikingen voor het school examen (SE). Het tussendoel of eindterm bevat dus een beheersingsniveau in de vorm van een handelingswerkwoord in combinatie met de eerder aangegeven inhoud.
    • Kern- en keuzestof - Programmaonderdelen die als kern kunnen dienen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs (per vak en per leergebied) en inhoud die optioneel kan worden toegevoegd aan het programma. In de bovenbouw wordt de kern aangegeven als het deel dat verplicht is voor het centraal examen (CE) inclusief het verplichte deel van het schoolexamen (SE) en het keuzedeel als het door de school nader in te vullen deel van het SE.
    •  Samenhang - Om samenhang tussen verwante vakken aan te geven kan op basis van inhouden tussen de vakken een relatie worden aangegeven.
    • Einddoel - Geeft per inhoud aan welke kerndoelen, exameneenheden of referentiekader doelen ten grondslag liggen aan de inhouden
    • Vakvaardigheden - De vaardigheden staan in aparte onderdelen beschreven van de officiële onderwijsprogramma’s, soms in een preambule, soms in Domein A van het bovenbouw examenprogramma. Kenmerk van deze bijzondere onderdelen is dat ze op alle inhoudelijke domeinen toegepast kunnen worden. Deze vakspecifieke vaardigheden worden apart opgenomen in het kernprogramma en omvatten analoog aan de punten hierboven een beschrijving van de vakvaardigheid, de subvaardigheid(heden), een omschrijving, of het onderdeel uitmaakt van het CE of SE, het niveau en de samenhang met andere vakvaardigheden (geldt niet voor vaardigheden vakken als Nederlands/taal en wiskunde/rekenen).

    Kernprogramma’s hebben geen wettelijke status, maar zijn suggesties hoe de officiële voorschriften voor onderwijsprogramma’s samengevat en uitgewerkt kunnen worden. SLO heeft concept versies van de kernprogramma’s voorgelegd aan experts, vertegenwoordigers van vakverenigingen en opleiders en aan vertegenwoordigers van de uitgeverijen. In de verschillende toepassingen in de praktijk zijn de kernprogramma’s beproefd op helderheid, bruikbaarheid en toepasbaarheid. De feedback die SLO van al deze partijen ontving, is ingezet om de kernprogramma’s te verbeteren. Aanpassingen van de kernprogramma’s zullen nodig blijven, omdat examenprogramma’s vernieuwd worden, kerndoelen uitgebreid en nieuwe wettelijke voorschriften, zoals over de 3 kernvakken in de onderbouw, aangenomen worden. SLO blijft met regelmaat deze wijzigingen doorvoeren en meldt deze wijzigingsrondes op de website Leerplan in beeld.